Specs Hildebrand: “May the best be yet to come”

Op 28 april 2018 bracht Specs Hildebrand alweer z’n 15e album uit, namelijk “Holding My Own”. Dit betekent min of meer ‘standhouden’. Dat is ook wat Specs doet en meer dan dat. Uiteraard moest hier bij worden stilgestaan en dat gebeurde in een goed gevuld PX. De zaal was opgebouwd in nachtclubopstelling, met zitplaatsen dus. Tenslotte waren er vooral veel oudere jongeren aanwezig.

 

Het voorprogramma werd verzorgd door One Clueless Friend, bestaande uit Dick Kwakman (zang en gitaar), Anton Leijdekker (drums), PP Everts (toetsen) en Martijn van Waveren (bas). Dick: “Ik zat bij Specs altijd vooraan in de klas en dat was niet omdat hij me zo gezellig vond.” Later werden Dick en Specs overigens prima collega’s. Kwakman heeft een krachtige stem en zingt geen liedjes, maar performt ze. Hij heeft namelijk, oneerbiedig gezegd, veel gevoel in z’n donder. Hij zong vooral nummers van z’n laatste album “From The Sea”, zoals het sterke ‘Crossing’ en ‘Pristine Eyes’, maar ook een breed uitgesponnen nummer als ‘The Leaf’, dat ik persoonlijk heel mooi vond. Dat Dick kan zingen was al bekend. Je wordt ook niet zomaar winnaar van de publieksprijs bij de Grote Prijs van Nederland voor singer-songwriters.

 

Vervolgens was het de beurt aan de meester zelf. Specs zong o.a. ‘Dessert Room Of Reno’ en ‘This Plane’, maar uiteraard ook liedjes die nooit bij een concert zullen ontbreken zoals ‘I Survived’ (met z’n vriend Piet Veerman op de ‘achtergrond’) en het Volendamse volkslied ‘So Long Ago’, dat massaal werd meegezongen. Natuurlijk zijn het bekende nummers, maar het is zeker geen oude wijn in nieuwe zakken, maar meer een Château Lafite uit 1787 ($160.000 per fles). Hij verwelkomde ook Dick Plat (toetsen) op het podium. Specs: “Dick speelde o.a. in Left Side en Canyon. Dit was de beste band waar hij ooit in speelde, want ik zat ook in Canyon. Vervolgens speelde hij 740 jaar in BZN.”

 

Na de pauze was het Johan Tol die Rudy Bennett (ex-zanger Motions) introduceerde. Johan memoreerde dat The Motions in 1969 eigenlijk de eerste Nederlandse band was die die naar Amerika ging. Vervolgens gaf hij de microfoon aan Rudy Bennett, die vertelde over een vakantie in Griekenland waar hij Marion en Jip Golsteijn ontmoette en waar hij ook voor het eerst de naam Specs Hildebrand hoorde. Ook had hij het over de shows met Johan Derksen waar hij Specs echt goed leerde kennen. Rudy lachend: “Ik kon gewoon niet geloven dat hij uit Volendam kwam.” Daar ontstond ook hun vriendschap, vandaar dat Bennett het eerste exemplaar van het album uitreikte aan z’n vriend. Rudy zong, samen met Specs en begeleid door The Living Room Band, 2 nummers van The Motions, namelijk ‘Why Don’t You Take It’ (met een solo van Dick Plat) en het nog steeds actuele ‘Wasted Words’. Ik weet nog dat op de achterkant van deze single ‘I’ll Follow The Sun’ stond. Later sprak ik Rudy Bennett even en hij vertelde: “Eigenlijk zou ‘I’ll Follow The Sun’ de A-kant worden, totdat Robbie van Leeuwen in 15 minuten ‘Wasted Words’ schreef. Toen werd dit de A-kant.” Dit was overigens dezelfde Robbie van Leeuwen die in 1970 met Shocking Blue een nummer 1 hit scoorde in Amerika met ‘Venus’. Specs: “Wat kan die ouwe lul zingen!” Inderdaad, Bennett is nog steeds heel goed bij stem en noemde The Living Room Band een grandioze band. Ook dat klopt. Wat te denken namelijk van Jan Keizer (accordeon), Frans Pelk (gitaar en zang), Rob Kruisman (saxofoon, fluit en zang), Evert Jan Reilingh (bas) en Kees Steur (drums). Specs: “Dit zijn natuurlijk wel mannen die een aardig moppie kunnen spelen.” Op het album werd ook nog meegespeeld door Robin Küller (2e stem), Dick Plat (toetsen) en Dick de Boer (akoestische gitaar). Ook zij werden door Specs bedankt.

 

Hij speelde uiteraard ook nummers van z’n nieuwe album waaronder ‘Two Ships’, over de zoektocht naar de ware (“Two ships on an ocean, just floating around, both crying for a harbor and some solid ground, two ships nowhere bound”) en ‘My Favorite Game’. Een van de mooiste nummers van het album vind ik persoonlijk overigens ‘May The Best Be Yet To Come’. Het is mooi als je als 67 jarige zingt: “The past is growing, but we’ve only just begun. May the future bring you fortune, may the best be yet to come.” Mooi toch? Overigens was er nog een grote fan van Specs in PX. Ik hoorde namelijk dat Pius (NIVO) alle albums van Specs in huis heeft. Zo leer je nog eens wat.

 

Ze zeggen wel eens hoe ouder hoe gekker. Dit gaat voor Theo niet op, hij wordt wel ouder, maar zeker niet gekker, hij wordt wel veelzijdiger. Specs zong namelijk niet alleen eigen nummers, maar liet horen zich ook op z’n gemak te voelen bij Popmuziek. Dat bleek bij nummers als ‘The St. James Infirmary’, ‘Going Up The Country’ (Canned Heat), ‘Let’s Stick Together’ (Bryan Ferry) en ‘Like A Rolling Stone’ (Bob Dylan). Ik vond dit laatste nummer toch wel een van de hoogtepunten van de avond, vooral ook door de manier waarop de zaal meeleefde en meezong. Als een Bernard Haitink 2.0 dirigeerde Specs z’n koorleden. Leuk was ook dat z’n oomzegger Robin Küller hierbij net op tijd aanwezig was. Hij zong, evenals Dick Kwakman, Dick Plat en Rudy Bennett, volop mee. Het was m.i. ook de eerste keer dat Specs een begeleidingsband had van liefst 10 personen. Het publiek genoot en ik denk dat ik namens alle aanwezigen spreek als ik zeg dat het een geweldige avond was. Mijn vraag is dus: “Specs, op naar album nummer 16?”

 

Tekst: Joop Gijzen
Foto’s: Klaas Hansen